De kogel is door de kerk. Het kabinet heeft besloten de AOW-leeftijd te verhogen, in twee stappen, naar 67 jaar. In 2020 wordt de leeftijd naar 66 jaar verhoogd en in 2025 naar 67. De mensen die op 1 januari 2010, 55 jaar of ouder zijn, merken er niets van.
In Groot-Brittannië en Duitsland is dit besluit al enkele jaren eerder genomen.

Er is kritiek op, uiteraard. Een verworven recht wordt nu eenmaal niet gemakkelijk opgegeven. Maar het is een onontkoombaar besluit en ook volstrekt logisch in de tijd. Toen de AOW ruim vijftig jaar geleden, kort na de Tweede Wereldoorlog, officieel werd ingevoerd, waren het andere tijden. De leeftijd waarop je toen was gestart met werken, lag beduidend lager. Er waren veel meer lichamelijk ‘zware’ beroepen die door de industrialisering en automatisering nu in kantoorbanen zijn veranderd. Ook jarenlange studie tezamen met een vaste baan was heel normaal. Deze tropenjaren, die vaak langer duurden dan tien jaar, waren gebruikelijk voor wie hogerop wilde komen. Ook sukkelde men al op jongere leeftijd met de gezondheid en leefde gemiddeld korter dan tegenwoordig. De relatie vrije tijd en werk was van een ander soort dan tegenwoordig. Op zondag was men vrij en soms de zaterdagnamiddag.
We zijn met z’n allen in de loop van deze vijftig jaar veel vaker en langer gaan studeren, een opleiding gaan volgen voorafgaande aan de baan. Naast werk hebben we meer vrije tijd gekregen en meer hobby’s ter ontspanning ontwikkeld. De gezondheidszorg is door verbeterde diagnoses en behandelmethoden verbeterd en voor iedereen via consultatiebureaus toegankelijk geworden. Sport staat – soms noodgedwongen – hoog op het prioriteitenlijstje van velen.
Ons is het al lang een doorn in het oog om je via een algemene maatregel uit een ver verleden op een vaste leeftijd ‘achter de geraniums’ te laten zetten. Veel arbeidsproductiviteit gaat ermee verloren. Dood zonde. Juist bij het ouder worden werk je efficiënter door alle expertise, specifieke kennis en ervaring. Je ego speelt een minder grote rol. Je gaat handiger om met de kantoorpolitiek. Je netwerk zet je slimmer in en luistert eerder naar deskundige raad. De processen zijn inzichtelijker waardoor besluiten beter zijn aan te sturen.
Velen uit de 45-plus generatie, vaak hoogopgeleid, zijn al anders gaan werken om het heft in eigen hand te hebben. Via een eigen ik-BV of als zzp’er bieden zij hun diensten aan. Ze gaan voor de klus en na gedane arbeid verdwijnen ze weer. De huidige tijd, met vraag naar meer markt en minder kosten, vraagt om tijdelijke krachten, juist dit soort ervaren krachten met senioriteit.
Tags: aow, Senioriteit

Niet binnen alle organisaties wordt (nog) om meer senioriteit gevraagd. Mijn ervaringen bij en met mijn huidige werkgever, de Rabobankorganisatie, getuigen daarvan. Na 30 jaar in allerlei (hogere management) functies werkzaam te zijn geweest, op hoofdkantoor, bij lokale eenheden, in interim management, en de laatste jaren ook in het buitenland en daarbij vele sudies te hebben gevolgd, is er blijkbaar plaats meer voor mij binnen deze organisatie. Bij alle beschikbare, weliswaar nu ook schaarser wordende functies op hoger niveau gaan jongere mensen met veel minder ervaring steeds voor. Met 53 jaar voel ik me absoluut niet oud en wil ik er nog graag tegenaan, maar toch….het wordt afscheid nemen. Natuurlijk, na 30 jaar melancholisch aan de ene kant, maar aan de andere kant ook weer uitdagend om andere wegen in te slaan en weer nieuwe dingen op te pakken. En nu als flexibele seniore en zeer ervaren zzp-er.